Als je een geheim hebt

Het is niet bepaald een sociaal gebeuren, een escape room bouwen. Vrienden zeggen me: “Oh, leuk, anders kom ik eens langs.” Elke keer opnieuw: “Nee, sorry, dat mag niet. Anders kun je niet meer komen spelen.” Ook op de vraag: “Hoe verloopt het bouwen?” moet ik mij beperken tot “Goed, iets langzamer dan verwacht.”

Waardoor we al maanden bezig zijn onder ons 3. Af en toe moeten we een uitzondering maken, bijvoorbeeld als we de kluis willen open krijgen of als we een afbeelding nodig hebben van iets. Maar niet alle experts zijn enthousiast over escape rooms.

En dan krijgen we een elektricien over de vloer.
Hij heeft er nog nooit van gehoord, van een escape room. Maar hij vindt het wel een boeiend gegeven. Hoe geïnteresseerder hij wordt, hoe uitgebreider we alle details overlopen. Af en toe worden zijn ogen groot als schoteltjes. Af en toe zegt hij: “Amai.” Onze woordenstroom is onophoudelijk. Eindelijk mogen we ons geheim verklappen. Eindelijk mogen we tot in detail gaan over onze puzzels. Wat een opluchting.

Of hij misschien eens wil komen meekijken als er een team speelt? Hij lacht.

Annelies

 

Sesam, open u

Daar staan we dan: vol spanning omdat de firma eindelijk komt die de kluis gaat openen. Stef baalt, want hij kan er niet bij zijn. De brandkastenexpert wil niet dat we filmen. Twee generaties expertise gooi je niet zomaar te grabbel.

Het is moeilijk om niet op zijn vingers te kijken, dus doen we dat maar. We bestoken de man met vragen. “Waar heb je dat geleerd?” “Hoe moeilijk is dat?” “Wat ben je nu aan het doen?” We beseffen dat het niet helpt, maar het is onweerstaanbaar. Zo komen we te weten dat het een ambacht is die van vader op zoon wordt doorgegeven. En dat je een kluis altijd open krijgt, maar dat het een echt vak is om dat op zo’n manier te doen dat je er achteraf nog gebruik van kan maken. Dat er getekende plannen zijn van oude kluizen, maar dat je die voor de rest niet vindt. En dat technieken ten allen tijde geheim moeten blijven. Vol bewondering kijken we toe.

“Ja, klinkt het plots. Hij is open.” We halen Bruno er bij. Als beheerder van de site wordt hij de officiële kluisopener.

Annelies

De kluis in de kelder

Avonden en avonden waren we bezig met het uittekenen van onze kamer. Een goede sequentie van puzzels. Een mogelijke oplijsting van thema’s. Duidelijke voor-en afkeuren.
En dan komt het: waar gaan we nu eigenlijk bouwen?

Die vraag bracht ons naar verschillende locaties in Gent. Locaties met een ziel en een verhaal. Maar het meest verkocht waren we in de Eskimofabriek.

Ikzelf, met een grote liefde voor industriële archeologie, was onmiddellijk gecharmeerd door de fabriekshal. Een fenomenaal gebouw dat terug tot leven komt met respect voor de oude elementen. Trots toonde Bruno, de beheerder, ons de Polonceauspanten, een schitterend ijzeren ophangsysteem voor het dak. Ook Toon en Stef waren helemaal weg van het gebouw.

Maar helemaal wild werden we toen er in de kelder een oude kluis bleek te staan. Een zwaar ijzeren ding. Zonder sleutel en zonder zijn geheimen prijs te geven. “Bruno, weet jij wat er in zit?” Geen idee.

Waaw! Die moet open. Die moeten we hebben. Stef was nog even in de overtuiging dat het hem zelf ging lukken, maar oordeelde toen toch dat een gespecialiseerde firma het sneller zou kunnen.

En deze week was het zo ver.

Annelies

Een escape room! Hoe kom je daar bij?

Het was toch al even aan de gang. De  afspraken op onregelmatige tijdstippen en duistere locaties. Eén doel: op tijd buiten geraken. Het lijkt misschien vreemd: betalen om je te laten opsluiten en denkwerk te doen om weer buiten te geraken. Maar het is spelen ten top.  Een escape game daagt je uit op strategie, vindingrijkheid, redeneringsvermogen en samenwerking.

Niet moeilijk dus dat wij de ene escape room na de andere deden. In het begin wat onwennig. Daarna als een geolied team. Eén stap binnen, ogen koortsachtig zoekend naar hints en tips. Verzamelend wat er is. Roepend wat we tegen komen. Volledig in een puzzel gezogen nog voor we snappen hoe de puzzel in elkaar zit.

En dan terug buiten. Een lijstje waaw-dingen: een knappe puzzel, een onverwachte wending, een vernuftig systeem. Maar soms ook een lijstje afknappers: koffers die slecht sluiten waardoor je de code niet nodig hebt, ongeïnteresseerde spelbegeleiders, te gemakkelijke tips, gelamineerd materiaal.

Uit beide lijstjes groeide het idee om ook een escape room te bouwen. Om ook zoiets knap te maken zoals op het waaw-lijstje of om het beter te doen dan bij de afknappers.

En voila. We zijn bezig. Elke dag denk ik: “Amai. Hoe zot is dat?”.

Annelies